Wout Mulders, voormalig voorzitter Kuukse elfkroegetocht

Wout Mulders, voormalig voorzitter Kuukse elfkroegetocht

‘Amsterdam, Utrecht, Noord-Groningen, Tilburg – feestvierders komen van overal’

“We verwachtten tijdens de Kuukse elfkroegetocht 20.000 mensen in het centrum van Cuijk. Daarvan komen er zo’n 13.000 met de trein. Amsterdam, Noord-Groningen, Tilburg – de feestvierders komen van overal. Vaak gaat het om studenten die oorspronkelijk uit Cuijk komen en een hele vriendengroep uit hun studentenstad meenemen. Zijn ze één keer geweest, dan zijn ze besmet met het virus.

In 1986 werd de Kuukse elfkroegetocht voor het eerst georganiseerd. Rasechte Cuijkenaren Theo Heiltjes en Erik van de Ven waren indertijd de initiators. Het idee was, ingegeven door een zeilvakantie op de Friese meren, om een aan de Elfstedentocht gelinkte kroegetocht op poten te zetten. De vrienden waren allebei lid van het voetbalelftal van hun stamkroeg Café Jupke. Er werd destijds veel georganiseerd door deze club, altijd wel in voor een goed en gek feestje. Het idee werd voorgelegd en de 1ste Kuukse elfkroegetocht was geboren. Op carnavalsvrijdag in 1986 werd de wedstrijd voor het eerst gereden; 642 ‘recreanten’ mochten er toen nog vier dagen over doen om hun stempelkaart vol te krijgen. Wat als een geintje begon werd een daverend succes.

Bucketlist
Eeuwige roem met een steen in de Muur van Toebes; deelnemen aan de wedstrijd is voor velen uit Cuijk inmiddels een écht bucketlist-ding geworden. Er is een aantal sterke teams dat ieder jaar weer meedoet. Zij willen echt winnen. De grote middenmoot zijn zowel teams uit Cuijk en daarbuiten. De deelnemers van buiten Cuijk doen het echt omdat ze ‘m één keer geschaatst willen hebben. Die zie je vaak het volgende jaar niet meer; het is namelijk ontzettend zwaar.

Maar voor het grootste gedeelte van onze bezoekers draait het natuurlijk om het feest. Er zijn inmiddels zeven buitenpodia, waarop we bijvoorbeeld Snollebollekes en Lamme Frans hebben mogen verwelkomen. Ja, bij zo’n feest komt heel wat kijken. Ik ben zelf altijd een echte carnavalvierder geweest en zou het liefst vier dagen op pad gaan, maar dat zit er niet in. Als commissie vergaderden we op zaterdagochtend voor de laatste keer. Zondag hadden we ‘vrij’. En maandag de vollebak opbouwen. ’s Nachts slaapt niemand; om vier uur ben je echt klaar wakker van de spanning. Om zeven uur ’s ochtends kwamen we samen om de laatste zaken te doen. Dan knalden we tot tien uur, zodat de hekken open konden. Achterover leunen was er niet bij; ieder had zo zijn eigen taak. Zo controleerden we bijvoorbeeld de veiligheid de hele dag vanuit het gemeentehuis.

Commissie
Toen ik op mijn 22ste als student Integrale Veiligheidskunde bij de commissie kwam, bestond ons veiligheidsplan nog uit 3,5 kantje A4. Nu gaat het over de 200 bladzijdes. We hadden dan ook allemaal specialisten in onze commissie. We waren met 24 personen, verdeeld over de commissies Veiligheid, Entertainment, PR, Facilitair, Techniek en de Wedstrijd. Veel leden zijn jong begonnen en deden zo werkervaring op, die voor hen relevant was. Al was het ook pittig hoor; je kreeg tenslotte meteen een flinke verantwoordelijkheid. Zelf was ik elf jaar commissielid waarvan de laatste twee jaar voorzitter.

Als commissie gingen we steeds voor het beste. Zo kregen we bijvoorbeeld van de Veiligheidsregio complimenten over hoe wij het allemaal georganiseerd hadden. En ook de samenwerking met de gemeente verliep top. Als je het professioneel aanpakt, neemt iedereen je serieus en krijg je veel voor elkaar. Wat dat betreft ben ik trots op wat we met zijn allen neer hebben gezet.”